Tips voor ondernemingsraden

Hallo Pensioenklokkenluider,

Welke tips geef je aan ondernemingsraden, wat te vragen aan onze werkgever omdat de pensioenregeling verandert gaat worden?

Een antwoord naar “Tips voor ondernemingsraden”

  1. 13 pensioentips voor ondernemingsraden (zonder pensioenkennis)
    Alle pensioenregelingen in Nederland moeten uiterlijk 1 januari 2028 zijn aangepast aan de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Dit betekent dat vrijwel iedere ondernemingsraad (OR) de komende jaren te maken krijgt met ingrijpende keuzes over de pensioenregeling.
    De werkgever mag de pensioenregeling niet eenzijdig wijzigen zonder instemming van werknemers(vertegenwoordigers), behalve als dit via een cao loopt. De OR heeft dus een belangrijke rol. Pensioen is bovendien een kostbare én zeer gewaardeerde arbeidsvoorwaarde.
    Hieronder staan 13 praktische aandachtspunten, speciaal geschreven voor OR leden zonder pensioenachtergrond. De tips helpen om het gesprek met de werkgever en pensioenadviseur goed voorbereid te voeren.
    ________________________________________
    1. Wat is onze pensioenambitie?
    Onder de nieuwe wet wordt geen pensioenhoogte meer beloofd, maar alleen een pensioenpremie. Toch is de vraag cruciaal:
    Welk pensioen willen we dat medewerkers ongeveer krijgen?
    Een handig begrip hierbij is de vervangingsratio: het pensioeninkomen als percentage van het salaris vlak voor pensionering. Bespreek met de werkgever:
    • Wat is het verwachte pensioen voor verschillende inkomens?
    • Is dat niveau passend bij onze organisatie?
    • Accepteren we dat toekomstige pensioenen lager uitvallen dan vroeger, of willen we dit (geleidelijk) verbeteren?
    ________________________________________
    2. Is de pensioenambitie ongemerkt veranderd?
    Veel organisaties zijn in het verleden al overgestapt van een eindloon- of middelloonregeling naar een premieregeling. Daarbij is vaak gezegd dat het pensioen “ongeveer gelijkwaardig” zou blijven.
    Belangrijke vragen:
    • Kloppen die verwachtingen nog steeds?
    • Zijn rendementen, kosten en regelgeving veranderd?
    • Ontstaat er inmiddels een pensioentekort zonder dat dit expliciet is besproken?
    Dit is relevant, ook omdat eerdere verwachtingen bij werknemers een rol kunnen spelen bij instemming en compensatie.
    ________________________________________
    3. Indexatie: stijgt het pensioen mee met prijzen?
    Vroeger hadden veel regelingen een kans op indexatie (verhoging van het pensioen om inflatie te volgen). Onder de Wtp:
    • Nieuwe vaste pensioenuitkeringen met garanties zijn niet meer toegestaan.
    • Bestaande aanspraken blijven bestaan, maar nieuwe opbouw verloopt anders.
    Vraag als OR:
    • Verdwijnt de kans op indexatie?
    • Wordt dit nadeel gecompenseerd?
    • Is hierover in het verleden al iets afgesproken?
    Rechters hebben eerder geoordeeld dat het schrappen van indexatie niet zomaar zonder compensatie kan.
    ________________________________________
    4. Partnerpensioen: wat krijgt de partner bij overlijden?
    Het partnerpensioen verandert ingrijpend:
    • Het is voortaan alleen verzekerd zolang iemand in dienst is (met korte uitloop).
    • Het bedraagt maximaal 50% van het salaris.
    • Dienstjaren en franchise spelen hierbij geen rol meer.
    Belangrijke OR vraag:
    Is 50% van het salaris voldoende voor de achterblijvende partner, of willen we extra zekerheid?
    Meer dan 50% kan alleen via aanvullende verzekeringen.
    ________________________________________
    5. Wezenpensioen: inkomen voor kinderen
    Het wezenpensioen mag onder de Wtp maximaal 20% van het salaris per kind bedragen en loopt tot 25 jaar.
    De premie hiervoor is relatief laag. Laat daarom:
    • berekenen wat het gezinsinkomen is bij overlijden;
    • bekijken of met beperkte kosten een beter vangnet kan worden geregeld voor gezinnen met jonge kinderen.
    ________________________________________
    6. Inflatie: blijft het inkomen zijn waarde houden?
    Inflatie holt koopkracht uit. Dit geldt extra voor:
    • pensioen na pensionering;
    • partnerpensioen dat soms tientallen jaren loopt.
    Bij sommige uitvoerders is het mogelijk om het nabestaandenpensioen jaarlijks met een vast percentage (bijvoorbeeld 2–3%) te laten stijgen.
    Rekenvoorbeeld: Een partner van 25 jaar kan nog 60 jaar partnerpensioen ontvangen. Zonder indexatie daalt de koopkracht dramatisch.
    ________________________________________
    7. Geen restitutiebeding = minder indexatiekansen
    In oude premieregelingen gold soms een restitutiebeding: bij overlijden vóór pensioen werd het opgebouwde kapitaal gebruikt om het nabestaandenpensioen te verhogen.
    Dit is onder de Wtp niet meer toegestaan. Daardoor:
    • verdwijnt een belangrijk indexatie instrument;
    • is het logisch om te kijken naar vaste indexatie als compensatie.
    ________________________________________
    8. Vlakke premie of leeftijdsafhankelijke premie?
    De hoofdregel van de Wtp is een gelijke premie voor iedereen (maximaal 30%).
    Soms mag tijdelijk een leeftijdsafhankelijke premie blijven bestaan (eerbiedigende werking).
    Bespreek als OR:
    • Wanneer wordt een vlakke premie goedkoper dan een staffel?
    • Houdt een staffel oudere werknemers ‘gevangen’?
    • Willen we jarenlang twee pensioenregelingen naast elkaar?
    • Hoe aantrekkelijk zijn we voor jonge werknemers?
    ________________________________________
    9. Leg keuzes vast in een transitiedocument
    Niet altijd wettelijk verplicht, maar zeer verstandig:
    • waarom zijn keuzes gemaakt?
    • welke alternatieven zijn overwogen?
    • wat was passend op basis van de kennis van toen?
    Dit voorkomt discussies in de toekomst. Een handig hulpmiddel is het transitiesjabloon op werkenaanonspensioen.nl.
    ________________________________________
    10. Communicatie naar medewerkers
    Maak vooraf een plan:
    • wanneer informeren we medewerkers?
    • wat verandert er concreet?
    • wat kunnen medewerkers zelf doen (bijvoorbeeld extra sparen)?
    Let op het verschil tussen informatie, keuzebegeleiding en individueel advies.
    ________________________________________
    11. Beleggingskeuze (life cycle) als standaard
    Pensioenpremies worden belegd via een standaard beleggingsprofiel (default).
    Onder de nieuwe wet kan dit ook leiden tot:
    • een variabel pensioen dat kan stijgen, maar ook kan dalen.
    Omdat weinig mensen van de default afwijken, is dit een zeer belangrijke keuze voor de OR.
    ________________________________________
    12. Hoe hoog moet de vlakke premie zijn?
    Een belangrijk uitgangspunt is dat:
    • nieuwe medewerkers niet structureel slechter af zijn dan huidige medewerkers.
    Met de officiële economische aannames (Commissie Parameters) kan dit worden doorgerekend. Onnauwkeurige berekeningen kunnen later tot conflicten of claims leiden.
    ________________________________________
    13. Verlaag de AOW franchise bij lagere premie
    Veel regelingen gebruiken standaard de fiscale franchise (2026: € 19.172). Maar:
    • die hoort bij een relatief hoge premie;
    • bij lagere premies mag een lagere franchise worden gebruikt (bijv. € 15.308).
    Hierdoor:
    • wordt over meer salaris pensioen opgebouwd;
    • profiteren vooral lagere inkomens.
    Dit is een krachtig en vaak vergeten stuurmiddel.
    ________________________________________
    Tot slot
    Deze 13 punten zijn bedoeld als gespreksagenda. Er zijn altijd meer onderwerpen mogelijk, maar met deze basis kan de OR goed voorbereid het overleg in.
    Deskundige ondersteuning kan helpen om te komen tot een pensioenregeling die doet wat ervan verwacht wordt — nu én in de toekomst.
    Rijswijk, januari 2026
    Gerard van der Toolen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*